vrijdag 21 september 2012

Naschrift

(c) Teksten op deze blog: Sebastian Dom
(tenzij anders vemeld)
(c) Foto’s op deze blog: Gilles-Maurice de Schryver
(tenzij anders vermeld)

(c) Texts on this blog: Sebastian Dom
(unless noted otherwise)
(c) Photos on this blog: Gilles-Maurice de Schryver
(unless noted otherwise)

vrijdag 14 september 2012

Bye-Bye (14/09/2012)


Vandaag is onze laatste dag in de DRC, Kinshasa. De laatste keer dat ik nog geschreven heb is slechts drie dagen geleden, maar het lijkt al een eeuwigheid terug. Reeds nu al moeten we vaak diep nadenken over wat we de voorbije dagen allemaal gedaan hebben en wanneer, en soms zijn we zelfs verplicht de foto’s en de blog na te kijken en lezen om te reconstrueren wat we allemaal hebben meegemaakt. De terugrit naar de hoofdstad heeft ons drie dagen gekost met een tussenstop in Tshela en Boma. Ik was blij om Boma nog een laatste keer terug te zien, en ook de mensen bij wie we hebben verbleven – père Albert, Ponti en zijn mama. Op mijn to do-lijstje staat alvast een terugreis naar Boma – de stad waar ik toch ben van gaan houden. De groene wouden van de Bas-Fleuve gingen langzaam over in het dorre heuvellandschap, waarin her en der groene littekens een illusie toonden van hoe het ooit geweest was. De slash-and-burn techniek heeft de natuur grondig verwoest, ofwel laat de bodem slechts weinig bos groei toe. Eenmaal de grote weg (N1) bereikt verliezen de dorpen hun charme en veranderen ze in armzalige vlekken langs het asfalt, en nemen ze sterk af in aantal. We keerden letterlijk terug in onze eigen voetsporen, helemaal vanuit het noorden langs de grens met Cabinda langs Tshela en Boma terug door Kisantu , onze allereerste verblijfplek. In Mbanza-Ngungu bezochten we professor Ntunda, om uiteindelijk in het donker Kinshasa binnen te rijden. Naast de weg staat regelmatig hoe ver Kin nog is, maar eenmaal aangekomen moet je nog gemakkelijk twee uur bijrekenen om in Kinshasa zelf tot aan de Procure te geraken. GM, letterlijk geradbraakt, had zich te slapen gelegd vooraan in de auto, en ook wij hebben tijdens de rit de kans genomen om even te rusten. Gisteren kregen we geen rustdag, maar stond een workshop van TLex op het programma, gegeven door GM. We kwamen een uur te laat aan in l’office des professeurs van het ISP-Gombe, maar daar viel niemand over. Het publiek bestond enkel en alleen uit professoren van het l’Observatoire des Langues en twee editors van een tijdschrift van UniKin. De workshop duurde een hele dag met een pauze rond de middag, waarop we naar een andere plek werden gebracht om te eten. Na een hele dag rechtstaan was GM zijn rug ’s avonds volledig kapot, dus hij had nog weinig energie om wat dan ook te doen (ondanks het feit dat hij toch nog geprobeerd heeft – hij ziet/heeft altijd overal werk dat nog gedaan moet worden). Toen hij dan kapot in bed was gevallen en lag te slapen, hebben we hem maar stilletjes laten liggen toen we beneden nog iets gingen drinken. Binnen een klein uurtje wordt onze bagage naar het kantoor van SN Brussels gebracht, en rond 14 uur zouden we reeds moeten vertrekken richting de vlieghaven; zoals ik al zei moet je steeds rekening houden met de embouteillage van Kinshasa (gemakkelijk twee uurtjes om ergens te geraken). En zo komt er na zes weken stilletjes aan een einde aan onze reis, een kennismaking met het veldwerk van een taalkundige, maar evengoed een prachtige reis door een wondermooi gebiedje, een scheet groot op de kaart van Congo, maar zo rijk aan lieve mensen, culturen en talen en adembenemende natuur. We gaan natuurlijk ook al onze Congolese medewerkers en vrienden missen die we hebben leren kennen, en ik wil ze langs deze weg al hartelijk bedanken voor alles wat ze voor ons hebben gedaan en betekend. In het bijzonder onze chauffeur, Izidor, de stille kracht achter onze ploeg die er voor zorgde dat we steeds geraakt zijn waar we wilden, zonder mokken en klagen, en het enorme machinale beest dat de Hilux is al te vaak over bijna onberijdbare wegen heeft geloodst. Ik raad iedereen aan die denkt dat Congo een gevaarlijk land is, om naar de Bas-Congo te reizen, en maak zeker gebruik van het religieuze netwerk om overal een verblijfplaats te vinden. They’ll prove you otherwise. Verder wil ik ook nog het Kongoking-project en in het bijzonder professor Koen Bostoen bedanken om ons uit te nodigen op deze veldwerksessie, om ons te laten proeven van het echte werk dat aan een artikel voorafgaat, en ons in te leiden in het totaalplaatje van een onderzoek, dankzij hem heb ik deze once in a lifetime kans gekregen, en de ervaringen zijn natuurlijk voor het leven. Daarnaast ook professor Gilles-Maurice de Schryver om van de laatste weken een avontuur te maken waarin we praktisch de hele westelijke kant van de Bas-Congo hebben afgereisd, dankzij zijn enorme portie energie heb ik enkele unieke belevenissen meegemaakt. Tenslotte wil ik persoonlijk ook nog Jasper bedanken; ik denk dat we na deze zes weken elkaar goed hebben leren kennen, en we er allebei een nieuwe vriend aan hebben overgehouden, en misschien zelfs een toekomstige collega om mee samen te werken.
Zo neem ik afscheid van mijn eerste Congo-reis met dezelfde korte uitdrukking waarmee we zes weken lang zijn uitgewuifd door de kindjes langs de weg en in de dorpen: “bye-bye”.

maandag 10 september 2012

Compilatiereeks Driedaagse Boma - Tshela - Nganda-Ndingi - Mayidi-Nzobe - Tshela

Route Boma-Tshela
Onderweg informatie vragen aan de bouwvakkers
Superwoman, een understatement voor de Congolese vrouw
Kwimba  -  het Kiyombe verandert!
Stop in Mbuku Ndingi - au travail!
Aangekomen in de protestantse missie van Nganda-Ndingi
's ochtends - zondag = misdag
Stoute kinderen krijgen de roe
Even de r-klank checken in Kibula Matadi
Terug naar Tsanga Nord - bereik = het thuisfront even bellen
Route naar Mayidi Nzobe
Fotoshow voor de patertjes en familie
Schooltijd in de ochtend
Aan het werk in Ndulu-Nzobe
De rouwdienst in Mayidi-Nzobe
Route naar Tshela

Documenting Kizobi/Cizobe and attenting a mourning (11/09/2012)


Deze ochtend werd ik op een Sheldon-achtige manier gewekt (cf. Big Bang Theory voor zij die hem niet kennen) door Zephyrin: (klop klop) Sebastien, (klop klop) Sebastien, (klop klop) Sebastien, (klop klop) Sebastien… OUI, qu’est-ce qu’il y a? (Dag ochtendhumeur) – ik moést opstaan, dus kruip kruip uit het bed. Bleek dat hij geld nodig had om brood te gaan kopen voor het ontbijt. Ik vroeg me af waarom hij mij daar voor nodig had dus slofte ik naar GM, die ik langs het raampje van zijn kamer moest wakker maken. Aangezien er nog iemand naar het dorp gestuurd moest worden namen Jasper en ik de tijd om nog wat te werken – Jasper zocht meer woorden waar hij die r-klank hoopte te krijgen, en om zijn hypothese te testen. De vrouwen van de pastoors kwamen dan al schuifelend de tafel dekken – en weer het ongemakkelijke gevoel van ‘wat moet ik dekken voor de blanken?’ Voor de eerste keer in zes weken aten onze gastheren- en dames een warme maaltijd als ontbijt: rijst met bonen en ndunda. We hebben dan maar vriendelijk meegegeten, met een groot brood als afsluiter. Tijdens het ontbijt kregen we dan ook nog eens de vriendelijke man van de migratie over de vloer, die zich dan excuseerde en terug naar buiten ging. Na het ontbijt verzamelden we dan onze paspoorten, maar toen we naar buiten gingen was hij al teruggekeerd naar het dorp. We dropten de valiezen terug in de auto (GM trok nog naar het lokale schooltje voor een fotosessie), en voor we vertrokken moesten ook de pastoors met vrouwen een shoot doen. Wanneer we dan door het dorp reden kwamen we de Grote Vriendelijke Reus tegen. Nauwkeurig schreef hij alle informatie op uit onze visum, en dan hadden we de ‘toestemming’ om te vertrekken. We reden terug richting Tsanga Nord en Tshela, en stopten in het dorp Ndulu-Nzobe om onze woordenlijst af te nemen voor het Kizobe/Cizobe (er is zeer onregelmatige en individuele variatie tussen ki en ci). Zoals zo vaak plukken we gewoon twee mensen uit het dorp (liefst ouderen, omdat de kans groter is dat ze minder beïnvloed zijn door andere varianten of talen), en lieten op twee verschillende locaties een tafeltje en wat stoelen zetten. Aangezien we iets voor de middag begonnen met ons werk verzamelden de kindjes zich al snel rond ons – de scholen eindigen rond 12 uur. Onze informant sprak enkel Cizobe en Kiyombe, en dus hadden we een vertaler nodig. We plukten een jongen uit ons publiek dat regelmatig woorden gaf met onze begeerde klank, en ook goede woorden (d.i. reflexen van de Proto-Bantoe woorden die we wilden verkrijgen). Vaak werd het lawaai van onze toeschouwers te luid, maar ik merkte al snel dat het een slechter idee was de kinderen weg te jagen dan ze te laten, omdat ze dan nog vijf minuten schreeuwend wegrenden. Als je ze gewoon wat liet staan verveelden ze zich al snel en druipen ze ofwel af, of zetten/leggen ze zich ergens stil in de buurt. Ook Izidor, die zich bij ons had gezet, viel al snel in slaap. In de basiswoordenschat had GM al heel wat verschillende woorden tov het Cilinji (wat hopelijk iets meer zekerheid geeft dat het toch een andere variant is, en niet dezelfde met een andere naam). In het dorp waar we de nacht hadden doorgebracht wilden we ook nog een rouwdienst meepikken. Die begon om 14uur, maar natuurlijk was het werk hier uitgelopen en konden we pas om 14u20 vertrekken. Terug richting grens, om toch nog 'op tijd’ aan te komen. De rouwdienst was verdeeld in een vrouwelijke en mannelijke groep, en natuurlijk gingen we bij de mannen zitten. Daar zat in het midden op een rieten mat de weduwnaar. Verder liepen er nog vier mannen rond in de cirkel die geld aannamen van de genodigden. Dat werd dan doorgegeven aan iemand die alle bedragen zorgvuldig in een schriftje noteerde met de naam van de donor erbij. Vervolgens gaf één van de vier mannen een speech voor iedereen die geld gaf, waarna hij het aan de weduwnaar gaf. Vaak werden ook stoffen doeken geschonken, en natuurlijk konden de mindele’s er niet onderuit. Gelukkig hebben we steeds Zeph bij die moeiteloos voor welk publiek dan ook een speech preekt. Dit ging door totdat de vrouwen, een beetje verder aan de andere kant van de weg, teken gaven dat hun gedeelte van de rouw gedaan was. Dan werd de kist naar het kerkhof gebracht, maar ook dit gebeurde in een ritueel geheel, waarbij de kist door verschillende mannen op een bed gemaakt uit bamboestokken werd gedragen. Zij liepen dan heen en weer met de kist, vijf meter naar links, vijf terug naar rechts, terwijl er werd gezongen en muziek gespeeld. Dan ging deze groep mensen met de kist langs de huizen om nog geld op te vragen, en logischerwijs werd eerst onze Hilux bezocht, die symbool stond voor het huis van de blanken. Op dat moment had GM eindelijk door dat we genoeg gefilmd hadden, en we nog helemaal terug naar Tshela moesten rijden. Het landschap waar we doorrijden is op zich al schitterend, maar het licht van de ondergaande zon geeft net dat beetje extra. Ook de weg liet regelmatig te wensen over, en we moesten de auto verschillende keer in 4X4-modus zetten om te vermijden dat we vast kwamen te zitten in los zand. Eens in Tshela kochten we wat ingrediënten voor een spaghetti die we lieten klaarmaken door Mireille 2, en we hadden ook nog voldoende brood in ons rantsoen. Terwijl we wachtten op de elektriciteit die er meestal na 22uur doorkomt nam ik een powernap om nog even door te werken als de stroom er terug is.

Attending a protestant mass and chasing the Cizobe-dialect (09/09/2012)


Ondanks het feit dat de matras amper de naam waard was, en we ons matje erboven hebben gelegd om toch niet het gevoel te hebben dat we op houten planken lagen, hebben we toch goed geslapen in ons tweepersoonsbedje. GM was gisteren geïnformeerd dat we om 7uur zouden ontbijten, dus wij als twee brave jongens om 10 na 7 in de foyer; alle stoelen stonden op tafel, en de vloer was aan het drogen van de ochtendkuis… Jasper en ik stonden dan maar een beetje ter plekke wakker te worden, en af te wachten wat er zou gebeuren. Maar de pastoor had ons opgemerkt en zei dat het leek alsof we zorgen hadden. Ik wou hem zo vriendelijk als mogelijk op dit uur in de morgen afwimpelen. Hij vroeg ons wat we dan normaal deden als we waren opgestaan… Hij voelde zich zo ongemakkelijk met blanken als gast, omdat hij amper wist wat onze gewoontes waren, wat we aten, en wat hij voor ons kon doen (terwijl we niet liever hebben dan gewoon mee te draaien in hun dagelijks systeem). Ik zei dan dat we gewoonlijk ontbijten als we opstaan, en met grote vraagtekens in zijn ogen vroeg hij of we ons niet wassen. Aangezien hij niet gewoon vertelde waar een wasplaats was, leek hij rond de pot te draaien dat hij niets te bieden had dat een ‘blanke’ waardig was. Toen we niet direct antwoorden wandelde hij verder. We hoorden hem het Cilinji-woord voor wassen zeggen, en we moesten niet ver de link leggen om te achterhalen dat heel het dorp al snel zou weten dat die rare blanken zich niet wassen. Snel ingrijpen dacht ik, en toen hij de tafel aan het dekken was vroeg ik of er soms een plek was waar we ons konden wassen (kwestie van onze naam een beetje te redden). Maar eerst een ontbijtje; dankzij ons klein voorraadje hebben we enkel warm water en brood nodig. GM had gisterennacht zijn twee computerbatterijen opgebruikt en was gedwongen in het midden van een  back up-sessie te stoppen, die hij deze ochtend nog wilde afwerken. De generator werd dan terug in gang gestoken, en plots was het alle hens aan dek om de batterijen op te laden. Zo kwam het dan dat de wasbeurt er niet meer van is gekomen voor mij en GM, met als gevolg dat wanneer pater numero dos binnenkwam hij botweg de vraag stelde ‘vous ne baignez pas?’ (mooi voorbeeld van hoe snel onnozel nieuws zich verspreidt). We hadden dan nog een uur de tijd om wat te werken, aangezien de mis pas om half elf begon. Het was vooral de mis voor de kindjes die in het Cilinji gegeven zou worden, was ons gisteren verteld. Iets voor half elf werden grote houten spleettrommels bespeeld om de omringende dorpen te ‘telefoneren’ dat de mis zou beginnen. We mochten als blanken weer vooraan naast het altaar zitten, recht tegenover the commons, tussen de grote pastoors. Het verloop leek niet veel te verschillen van onze katholieke mis in Kibamba een week terug, alleen was alles veel meer en bombastischer. De drie dochtertjes van de pastoor moesten vooraan regelmatig een dansje placeren, wat onze katholieke vriend Zeph enorm stoorde (alsof ze te koop werden voorgesteld). Elk dorp heeft zijn eigen koor, dat om beurten paar liedjes mag komen zingen (soms duurt 1 liedje 8 minuten). Ook de preken van de pastoors (hier al iets heviger) en de donaties van de dorpen mogen niet ontbreken. Deze keer ook geen traditionele houten trommels maar slagwerk zoals je ze vindt in de lokale fanfare in een doordeweeks Vlaams boerengat, begeleid met shakers en dergelijke (al dan niet handgemaakt), en ook geen zelf in elkaar gestoken gitaren. Na zo’n twee uur en drie kwartier zat het er eindelijk op, en we zaten met drie op een rij(Jasper, Sebbe en Zeph) ons dood te vervelen. Tijdens de mis was GM al eens buiten de kerk geweest met zijn camera, en hoorde zeer regelmatig de /r/ terugkeren, en we besloten achteraf om onze steekproef die Jasper gisteren had opgesteld in het laatste dorpje tegen de grens te houden. Onmiddellijk verzamelde het hele dorp zich rondom ons, en volkomen tegen de cultuur in kozen we een vrouw uit de groep die de klank gebruikt die we zochten. Het was heel moeilijk om de groep te doen zwijgen en enkel de vrouw te laten antwoorden, zeker omdat de oudere mannen vonden dat zij het beter wisten. GM kreeg het al snel op de heupen, en gelukkig was de lijst die we gemaakt hadden niet al te lang, maar kan er toch een eerste voorzichtige hypothese uit gehaald worden over de conditionering van de klank. Om door te rijden naar Tsanga Nord moesten we eerst nog langs Nganda-Ndingi om afscheid te nemen van onze vriendelijke pastoors. Ze waren zelfs zo overrompeld van en gelukkig met de komst en het verblijf van de blanken dat we noch voor het verblijf, noch voor het eten hebben moeten betalen. Om 4 uur in de namiddag zijn we dan vertrokken, eerst een stuk terug langs de weg die we al hadden genomen, tot in Tsanga Nord. Daar namen we een weg die terug naar de grens trok, maar verder naar het zuiden toe. We hadden ondertussen het bestaan van het Cilinji kunnen bevestigen, maar nu waren we op zoek naar het Cizobe. Wonder boven wonder, al snel kregen we het weer te pakken. De mensen zeggen vaak eerst dat ze ‘gewoon’ het Ciyombe of Kiyombe spreken, maar als Izidor dan doorvraagt, krijg je meestal ‘het Ciyombe van hier, van Nzobe, het Cizobe’… Jaaaaaaaa! roepen de blanken dan. We haalden enkele testwoorden boven, en de klanken corresponderen met het Cinjili dat iets noordelijker langs de grens wordt gesproken. Daarom willen we morgen de Swadesh-lijst en de klankverschuivingen afnemen, om te verifiëren of we eigenlijk met dezelfde taal te maken hebben die anders noemt op verschillende plekken, of werkelijk met twee verschillende varianten. Het dorpje dat Izidor had gekregen om te verblijven ligt letterlijk 500 meter van de grens. De mensen hebben nog nooit een blanke gezien in levende lijve, en smeten daarom zelfs ‘dingen’ (het was al donker dus we konden niet zien wat) naar de auto toen die voorbijreed. De missie ligt helemaal op het einde, en het was weer een gepalaver voor alles in gang werd gezet. Eerst was GM naar binnen gegaan om alles uit te leggen (opnieuw): waarom we hier zijn, wat we komen doen, waar het voor dient, etc. etc. Net op dat ogenblik komt er een politieman binnen in gewone kledij die natuurlijk wat autoritair wil overkomen door naar onze papieren te vragen. Geen probleem, we zijn van kop tot teen in orde, altijd vriendelijk een babbeltje slagen, tot alles omdraait en hij plots ten dienst staat van onze veiligheid. De pastoor van dit gehucht was dan plots verdwenen samen met de politieman, en twintig minuten worden een uur, tot een grote reus binnenwandelt van de lokale dienst migratie, die natuurlijk ook geïnteresseerd is in allerhande paperassen en documenten. Maar ook voor hem was het al laat avond, en hij besloot morgen terug te komen om een blik te werpen op al onze administratie zodat heel Bas-Congo door hem op de hoogte gesteld kan worden. Uiteindelijk werden we dan eindelijk naar onze kamer gebracht, en geloof of het of niet maar weer krijgen Jasper en ik een tweepersoonsbed, ditmaal al iets breder. Gelukkig hoor je ons niet klagen, na vijf weken op dezelfde kamer leek zoiets onvermijdelijks, hoe verder je de ontwikkeling en moderniteit achter je laat liggen. Tijdens het gepalaver van GM informeerden we ons bij de kindjes die onze auto uit nieuwsgierigheid waren gevolgd of we in het dorp brood konden kopen. Volgens hen wel, maar toen we een uur en half later iemand stuurden, kwamen ze met lege handen terug. Wel was er nog spaghetti te verkrijgen, dus lieten we een zeer basic spaghetti africaine maken, die wel met smaak werd opgegeten. Onderweg hadden we in Tsanga Nord ook nog heel wat bananen gekocht die nog tot morgen kunnen dienen. Voor het eten ving GM aan met de gewoonlijke eliminatiesessie van de foto’s die hij die dag had getrokken, waardoor de negen mensen die hier waren zich spoedig rondom hem verzamelden en af en toe kreten sloegen van herkenning, of in lach uitbarstten. We hebben morgen nog een laatste dag om min of meer grondig de woordenlijsten af te nemen, maar het is niet prioritair (voor deze talen is het belangrijker te weten dát ze bestaan, en waar ze ongeveer gesproken worden).

Going north, discovering Cilinji (Tshilinji) in Mbuku Ndingi and a warm welcome in Nganda Ndingi (08/09/2012)


Gisteren heeft de jeugd vrijaf gekregen in de voormiddag, terwijl GM zijn vrienden van het ISP ging bezoeken. Zij hadden grondig gewerkt tijdens onze afwezigheid en wisten een paar doctoraatsthesissen te presenteren die zeer nuttig zijn als corpusmateriaal. Ik profiteerde van onze vrije tijd om eens uit te slapen. Onze proviand was ondertussen helemaal op na onze reis naar Kanzi en Muanda dus voor ik me aan het ontbijt zette ging ik langs l’alimentation om een nieuwe voorraad aan te kopen (choco, confituur, smeerkaas, blue band boter, nescafé en water). Toen ik uit mijn bed kroop rond 10uur vertrok GM net naar het ISP. Na het ontbijtje was het tijd om nog eens een beetje te werken aan de transcripties, maar onze vriend Ponti, de zoon van de vrouw die voor ons kookt in Boma, had zin om een lange babbel te slaan. Om 14uur was GM nog steeds nergens te bekennen, dus ik belde even om te checken of alles in orde was. Hij vertelde me dan dat hij interessante dingen had gevonden, en nog even bezig was. Het plan was echter om op dezelfde dag nog door te rijden naar het noorden. Plots moet alles dan snel snel gaan; GM kwam aan, snel middageten, Zeph opbellen en laten afkomen, de valies maken en in de auto zetten en vertrekken. Met een veel te drukke dag zijn we pas om 17uur vertrokken richting het onbekende. We wisten dat Tshela op onze route lag, maar het plan is om veel verder door te trekken naar het noorden. Nu was het heel belangrijk dat we in elk dorp stopten om de naam te vragen, en vooral de variant die gesproken wordt. Bij het verlaten van Boma zit je recht in Kiyombe-gebied, de variant die Izidor spreekt. We zagen dan ook een strijd tussen Zeph, die het nu gewoon was tussenpersoon te zijn, en Izidor die de taal spreekt, om de informatie te vragen. Vaak riepen ze gewoon door elkaar, de ene links, de andere rechts naar verschillende mensen. Het was voor hen ook duidelijk dat we in Kiyombe-gebied zaten, dus vaak vroegen ze niet naar de variant die er gesproken werd. Nadat we het dan paar keer nadrukkelijk hadden gezegd dat we het ook wilden weten, vroegen ze: ‘spreken jullie Kiyombe?”, wat een heel gerichte vraag is waardoor de mensen niet de naam van hun variant gaan geven. Ook dat hebben we dan nog paar keer duidelijk moeten maken, en na enkele keren vroegen ze dan of ze het Kiyombe van Tshela spraken, of dat er verschillen waren. Toen de avond viel en we aankwamen in Tshela, beslisten we om niet verder door te rijden en de nacht door te brengen bij de katholieke missie van de paters. Onderweg hadden we al brood en bananen gekocht, en samen met ons rantsoentje konden we nog voldoende eten ’s avonds. We regelden een goed ontbijt met ei en sardienen. Toen we aankwamen zat iedereen in de pikkedonker, maar ze beloofden ons dat de stroom om 22uur terug zou keren. GM geloofde er niets van, maar om hal elf sprong het licht aan. Mijn kaars was uit om 23 uur, GM verhuisde naar zijn kamer om door te werken (de grote ruimte waar we aten grensde aan de twee kamers van Jasper en mezelf; de kamer van GM en Zeph en Izidor waren in hetzelfde gebouw maar afgescheiden van elkaar). ’s Morgens inderdaad om 8uur stond de tafel gedekt met een omelet voor iedereen en twee blikjes sardienen en brood. Tijdens ons kort verblijfje hier informeerden we ook naar het Ndingi, de variant waarvan we niet weten of ze bestaat en waar ze gesproken wordt. De dame die voor ons gezorgd had (Mireille 1; gisteren had Mireille 2 gezorgd dat er water was om ons te wassen) kende de variant. Er was ook een missie in het gebied waar we naartoe moesten, dus we waren (ongeveer) zeker dat we een slaapplek hadden vannacht. Terwijl die praktische kant geregeld werd trok GM naar de kerk, waar we nog een boek in het Kiyombe digitaliseerden (= fotografeerden). Om twintig voor tien konden we dan eindelijk vertrekken, verder richting de grens met Kabinda. We trokken verder langs de dorpjes met de GPS in aanslag, en al snel kwamen we in een dorpje waar ze een variant beweerden te spreken die verschilt van het Kiyombe, maar ze noemden het nog steeds hetzelfde. We reden nog even verder en twee of drie dorpjes later kregen we eindelijk te horen wat we wilden; we zochten naar een variant die we kenden (van een werk) als Ndingi, en toen we die naam poseerden zeiden ze eindelijk dat hun variant het Cilinji was. Het eerste dorp waar we dit te horen kregen namen we een steekproef (de Swadesh lijst, een woordenlijst van een kleine 90 woorden). Rond de middag hielden we dan halt in een groter dorp, waar we met verschillende informanten de Swadesh-lijst afnamen en de vocabulaire van de klankverschuivingen. Jasper had ontzettend veel geluk dat hij de oudste spreker van het dorp had, die heel lang moest nadenken over elk woord, of bij de woorden dan ook nog een uitleg moest geven; het ging héél snel vooruit… Bij GM ging het iets sneller, hij had de snuggere informanten gekregen. Uiteindelijk, toen hij klaar was hebben we zijn informanten overgenomen. Maar onze manier ging te traag voor GM dus hij nam de leiding. Ondertussen kreeg ik de functie van fotograaf en Zeph van cameraman. Zelfs Izidor, die zich meestal terugtrekt in de auto, kwam eerst bij ons zitten en hielp actief mee met het afnemen van de woordenlijst. Voor de kindjes was het waarschijnlijk de eerste keer dat ze een blanke zagen, en ze liepen al gillend weg als je de fotolens naar hen richtte. Vooral bij GM verzamelde zich een grote groep dorpelingen die heel geïnteresseerd waren in wat we kwamen doen. Nadat we dan klaar waren met de vocabulaire, waren we geïnteresseerd in een speciale klank die we bij een spreker hadden gehoord en ook bij anderen soms terugkwam, de /r/ (bijvoorbeeld ‘tovenaar’  ndroki ipv ndoki). Daarom lieten we nog twee oude mannen elk één verhaal vertellen als corpusmateriaal, en om die klank wat meer te horen. Rond half zes zijn we doorgereden op zoek naar de protestantse missie. Alle dorpen die volgden vertelden ons ook steeds dat ze Cilinji spraken, dus we wisten dat we onze eerste (tot nu toe onbekende) variant gevonden hadden. Op de GPS zag ik dat we steeds dichter en dichter de grens met Cabinda naderden, tot onze blauwe pijl letterlijk ertegen lag. HALT, riep ik uit, juist toen we aan de bovenkant van een heuveltje de missie zagen liggen. De grens ligt volgens onze vrienden hier drie kilometer verderop, maar we waren al blij dat we onze slaapplek voor de  nacht gevonden hadden. We vreesden nog lichtjes voor het eten, want de voorbije tien minuten hadden we geen enkel dorp tegengekomen langs de weg, dus we zitten echt in the middle of nowhere, tenzij er nog dorpen dichtbij zijn als je verder doorrijdt. We hadden echter de chance dat het morgen zondag is en een heleboel paters zich hier verzameld hadden om de mis van morgen te bespreken. Dit betekende dat er genoeg eten voorzien was om vijf extra magen te vullen. We werden warm ontvangen door een zeer geïnteresseerde groep die onmiddellijk wilden weten wat we allemaal uitspoken. Na het eten werd de computer bovengehaald, maar die ‘pikte’ alle stroom van de generator, zodat al snel de elektriciteit uitviel. De computer terug loskoppelen  zodat alles terug marcheert. Natuurlijk waren er ook een tiental gsm’s aan het opladen, en voor GM is er niets zo onbelangrijk als dat machientje. Uiteindelijk kwam alles in orde, en kon hij op de pc. Het overzetten van de foto’s naar pc duurde een tijdje, we hebben een beetje veel foto’s getrokken vandaag (ong. 600), en voor de mensen die geïntrigeerd waren door de computer lieten we een slideshow van onze foto’s van Boma tot en met gisteren afspelen. Omdat we ook nog verder wilden werken vanavond lieten we wat olie kopen om de generator twee uur langer draaiende te houden.  Hoe later het werd op de avond, hoe meer mensen ons verlieten, of naast ons op de zetel in slaap vielen tot ze door de overste naar bed werden gejaagd. Ik ging dan eens kijken naar de kamers – het is weer eens iets anders: de tweepersoonskamer telt één tweepersoonsbed, en GM slaapt alleen in een kamertje (hoewel onze kamer kleiner lijkt dan de zijne). We kunnen geen muggennet hangen, dus ik slaap met lange broek en een DEET-douche. We pakken ook goed onze malariapillen en normaal rijden we morgen al verder dus voor één nacht kunnen we ons dit permitteren. Morgen gaan we een kijkje nemen in de zondagsschool die in het Cilinji wordt gegeven, zoals we verleden week nog een mis in het Kisolongo hebben weten te forceren. De tweede variant die we zoeken wordt enkel en alleen in Cabinda gesproken volgens de mensen hier, dus die moet misschien al doorgestreept worden. Maar één van de paters hier kende nog een andere variant, het Cizobe, dat iets zuidelijker wordt gesproken. Morgen willen we dus nog die speciale tril-klank onderzoeken, en gaan we waarschijnlijk op jacht naar het Cizobe.